|
|
|
|
De spiegelreflex kamera werd zeer populair, en werd in de loop van tijd voorzien van allerlei slimmigheden, zoals automatische scherpstelling en electronische belichtingsregeling.
Met de groeiende populariteit van de computers werden de noodzaak tot verkleining van transistors zo sterk,
dat er ook duizenden lichtgevoelige transistors op een chip gemaakt kon worden.
En zo ontstonden kamera-sensors:
een chip met een miljoen lichtgevoelige transistors.
En iets later 4 miljoen, enz.
Een 'middenklasse' kamera heeft tegenwoordig (2012)
ca. 20 miljoen lichtgevoelige cellen, voor elke kleur apart (3 kleuren).
Oftewel: 20 Megapixels, want een PixEl (Picture Element) is een
combinatie van 3 lichtgevoeige cellen
(1 voor rood, 1 voor blauw, en 1 voor groen).
Sensor:
De sensor is een rechthoekige chip bestaande uit miljoenen
lichtgevoelige minuscule accu's.
Deze accu's worden electronisch volgeladen.
Als er licht op een accu valt, lopen leeg: hoe meer licht, des te sneller.
Na een tijdje wordt de lading van die miljoenen accu's gemeten.
De cellen die het felst belicht waren, zijn bijna leeg.
De cellen in het donker zijn nog bijna vol.
De rest-lading hangt af van de totale hoeveel licht die op een accu
is gevallen.
Tot hier was het nog analoog !
De spanning in de accu's wordt vervolgens versterkt
tot een meetbare waarde, door een A/D converter
(Analoog naar Digitaal converter)
omgezet in een getal, en dat getal wordt opgeslagen in een geheugenchip.
Dát is pas digitaal.
Gevoeligheid (Iso)
Door "volumeregelaar" van de de versterker verder open of dicht te draaien,
regel je de gevoeligheid van de sensor (de Iso waarde).
Hoe groter de versterking, des te gevoeliger de sensor.
Iedere versterker ruist echter een beetje. Dus met de gevoeligheid
vergroot je ook de ruis die je kunt zien op een vergroting.
De volgens = Compact kamera